Met de inwerkingtreding van de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) per 1 januari 2007 worden de schoolbesturen genoodzaakt een zogeheten medezeggenschapsstatuut aan te bieden aan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad die aan de vereniging of stichting verbonden is.
Spectrum-SPCO gebruikt het model basisstatuut van de Besturenraad. Het bevat in elk geval alles wat de WMS in artikel 22 verplicht stelt. Daarnaast zijn artikelen opgenomen die het functioneren van medezeggenschapsorganen, afzonderlijk of in samenspel met het bevoegd gezag, beogen te versoepelen.
In deze versie wordt ervan uitgegaan dat binnen de totale organisatie geen scholen zijn, waaraan deelraden verbonden zijn. Het instellen van deelraden heeft pas zin wanneer op locatieniveau de bevoegdheid aanwezig is om zaken te besluiten waarbij inspraak gewenst is, gelet op de onderwerpen die in de artikelen 10 tot en met 14 van de wet genoemd worden. Is dat niet het geval, dan kan zo’n raad wel zin hebben, maar kan hij beter klankbordgroep of resonansgroep of zoiets genoemd worden, omdat de essentie van een medezeggenschapsorgaan, namelijk formele medezeggenschap, ontbreekt. Opname in het medezeggenschapsstatuut is dan overbodig.
Verwijzingen naar artikelen uit reglementen van MR of GMR verwijzen naar de basisreglementen van de Besturenraad.
Het maken van dit basisstatuut was in zekere zin droogzwemmen. De Besturenraad beseft dat de besturen een medezeggenschapsstatuut nodig hebben bij invoering van de nieuwe wet. Maar hoe de WMS in de praktijk gaat werken en of dit statuut in de praktijk zal voldoen is natuurlijk nog ongewis. De Besturenraad houdt zich dan ook van harte aanbevolen voor opmerkingen en suggesties ter verbetering van dit document.
Voorburg, februari 2007
Inhoudsopgave
Paragraaf 2 De medezeggenschapsorganen
Artikel 2 Medezeggenschapsorganen
Artikel 3 Omvang en samenstelling medezeggenschapsorganen
Artikel 4 Tijdelijkheid themaraad
Artikel 5 Verkiezing van leden voor een themaraad
Artikel 6 Zittingsduur leden themaraad
Artikel 7 Bevoegdheden themaraad
Paragraaf 3 Informatieverstrekking
Artikel 8 Informatieverstrekking van het bevoegd gezag aan de medezeggenschapsorganen
Artikel 9 Informatieverstrekking tussen medezeggenschapsorganen onderling
Artikel 11 Algemene faciliteiten t.b.v. medezeggenschapsorganen
Artikel 12 Faciliteiten t.b.v. het personeel
Artikel 13 Faciliteiten t.b.v. ouders
Paragraaf 5 Vertegenwoordiging van het bevoegd gezag
Artikel 14 Overleg gemeenschappelijke medezeggenschapsraad
Artikel 15 Overleg medezeggenschapsraden
Paragraaf 6 Overige bepalingen
Artikel 19 Vaststelling en wijziging statuut
Artikel 20 Citeertitel; inwerkingtreding
Paragraaf 1 Algemeen
Artikel 1 Begripsbepalingen
|
wet |
a. wet: de Wet Medezeggenschap Scholen; |
|
b. bevoegd gezag: |
|
|
GMR |
c. gemeenschappelijke medezeggenschapsraad: de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 4 van de wet; |
|
MR |
d. medezeggenschapsraad: de medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 3 van de wet; |
|
themaraad |
e. themaraad: een themaraad als bedoeld in artikel 20 lid 4 van de wet; |
|
f. scholen: |
|
|
leerlingen |
g. leerlingen: leerlingen in de zin van de Wet op het primair onderwijs |
|
ouders |
h. ouders: ouders, voogden of verzorgers van leerlingen; |
|
i. schoolleiding: de directeur en adjunct-directeur, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, die in dienstverband dan wel anderszins door het bevoegd gezag gemandateerd werkzaam zijn aan de school |
|
|
j. personeel: het personeel dat in dienst is dan wel ten minste zes maanden te werk gesteld is zonder benoeming bij het bevoegd gezag en dat werkzaam is op de school; |
|
|
geleding |
k. geleding: de afzonderlijke groepen van leden, bedoeld in artikel 3, derde lid van de wet; |
|
reglement GMR |
l. reglement GMR: Reglement van de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad |
|
reglement MR |
m. reglement MR: Reglement Medezeggenschap van één van de scholen |
Paragraaf 2 De medezeggenschapsorganen
Artikel 2 Medezeggenschapsorganen
|
GMR |
1. Aan de Stichting is een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad verbonden. Deze raad wordt door de medezeggenschapsraden uit de personeelsleden en de ouders gekozen volgens de bepalingen van het reglement GMR. |
|
MR-en |
2. Aan elke school is een medezeggenschapsraad verbonden. Deze raad wordt rechtstreeks door en uit de personeelsledenen de ouders gekozen volgens de bepalingen van het reglement MR. |
Artikel 3 Omvang en samenstelling medezeggenschapsorganen
|
1. De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad bestaat uit 18 leden van wie 9 leden uit het personeel worden gekozen; en 9 leden uit de ouders worden gekozen. De medezeggenschapsraad van iedere schoolkiest 1 personeelsleden en 1 ouders. |
|
|
2. De medezeggenschapsraad van iedere bestaat uit 4 of 6 leden (4:<250 en 6>250) van wie 2 of 3 leden door en uit het personeel worden gekozen; en 2 of 3 leden door en uit de ouders worden gekozen. |
Artikel 4 Tijdelijkheid themaraad
|
themaraad |
Een themaraad kan worden ingesteld voor een vooraf te bepalen termijn. Bij beëindiging van de termijn wordt bezien of de themaraad in stand moet blijven. |
Artikel 5 Verkiezing van leden voor een themaraad
|
verkiezing |
De verkiezing van de leden voor een themaraad vindt plaats, voor zover het onderwerp één of enkele scholen betreft, door de leden van de medezeggenschapsraad of medezeggenschapsraden van de betreffende school of scholen, en voor zover het onderwerp alle scholen betreft, door de leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. |
Artikel 6 Zittingsduur leden themaraad
|
zittingsduur |
1. Een lid van een themaraad heeft zitting voor de termijn van instandhouding van de themaraad, doch uiterlijk voor een periode van twee jaren |
|
|
2. Een lid van een themaraad treedt na zijn zittingsperiode af en is, wanneer de themaraad in stand blijft, terstond herkiesbaar. |
|
|
3. Een lid dat er vervulling van een tussentijdse vacature is aangewezen of verkozen, treedt af op het tijdstip in wiens plaats hij is aangewezen of verkozen, zou moeten aftreden. |
|
|
4. Behalve door periodieke aftreding eindigt het lidmaatschap van de themaraad:
|
Artikel 7 Bevoegdheden themaraad
|
bevoegdheden |
1. De themaraad m.b.t. (..) heeft een instemmingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 21 onder (..) van het reglement medezeggenschap en een adviesbevoegdheid als bedoeld in artikel 22 onder (..)van het reglement medezeggenschap. |
|
|
2. Gedurende de periode dat de themaraad m.b.t. (..) in functie is kunnen de betrokken medezeggenschapsraden of kan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad de in het eerste lid genoemde bevoegdheden niet uitoefenen. |
|
|
3. Themaraden hebben niet de bevoegdheid een geschil aanhangig te maken. De (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad vertegenwoordigt in een eventueel geschil de betreffende themaraad. |
Paragraaf 3 Informatieverstrekking
Artikel 8 Informatieverstrekking van het bevoegd gezag aan de medezeggenschapsorganen
|
informatie-verstrekking onderwijs-kundige doelstellingen, overdracht, fusie |
1. Het bevoegd gezag legt een verzoek tot instemming met voorgenomen besluiten als bedoeld in artikel 21, onder a en h,van het Reglement GMR, dan wel als bedoeld in artikel 21, onder a en h van een Reglement MR neer bij het betreffende medezeggenschapsorgaan zes maanden voor het besluit ten uitvoer gebracht zal worden. |
|
2. Het bevoegd gezag legt een verzoek tot instemming met voorgenomen besluiten als bedoeld in artikel 21, onder b tot en met g, en in de artikelen 23 en 24 van het Reglement GMR dan wel als bedoeld in artikel 21, onder b tot en met g, en in de artikelen 23 en 24 van een Reglement MR neer bij het betreffende medezeggenschapsorgaan twee maanden voor het besluit ten uitvoer gebracht zal worden. |
|
|
3. Het bevoegd gezag legt een verzoek tot advies t.a.v. voorgenomen besluiten als bedoeld in artikel 22 van het Reglement GMR, dan wel als bedoeld in artikel 22 van een Reglement MR bij het betreffende medezeggenschapsorgaan neer drie maanden voor het besluit ten uitvoer gebracht zal worden. |
|
|
4. In overleg en in het belang van zorgvuldige besluitvorming dan wel van spoedeisend belang kan worden afgeweken van de in de vorige leden genoemde termijnen. |
|
|
vakanties |
5. Voor de in dit lid genoemde termijnen hebben schoolvakanties geen opschortende werking. |
Artikel 9 Informatieverstrekking tussen medezeggenschapsorganen onderling
|
verspreiding stukken |
1. De secretaris van elk medezeggenschapsorgaan draagt er zorg voor dat de agenda’s en de verslagen van de besprekingen worden verspreid onder de secretarissen van de overige medezeggenschapsorganen. Voor wie van hen daar behoefte aan heeft worden ook bijbehorende stukken beschikbaar gesteld. |
|
overleg voorzitters |
2. De voorzitter van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad belegt ten minste twee maal per jaar een bespreking over de actuele onderwerpen en ter evaluatie van de werkwijze met de voorzitters van de overige medezeggenschapsorganen. |
|
melding (dreigend) geschil |
3. Wanneer t.a.v. een advies- of instemmingsbevoegdheid een geschil dreigt, meldt de voorzitter van het betreffende medezeggenschapsorgaan dat onverwijld bij de voorzitter van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. |
Artikel 10 Geheimhouding
|
geheimhouding |
Ten aanzien van zaken die in besloten vergadering besproken zijn dan wel waaromtrent het bevoegd gezag geheimhouding heeft opgelegd vervalt de verplichting tot informatieverstrekking |
Paragraaf 4 Faciliteiten
Artikel 11 Algemene faciliteiten t.b.v. medezeggenschapsorganen
|
vergader-faciliteiten |
1. Ten behoeve van hun vergaderingen kunnen de medezeggenschapsorganen in overleg met de daartoe aangewezen functionaris beschikken over vergaderruimte, overige vergaderfaciliteiten (koffie, thee, drankjes, versnaperingen) en kopieerfaciliteiten |
|
2. Op basis van een activiteitenplan en kostenraming wordt in de begroting van de school dan wel de organisatie jaarlijks een bedrag gereserveerd voor deskundigheidsbevordering van de leden van de medezeggenschapsorganen en raadpleging van deskundigen, inclusief juridische bijstand. Beschikbaarstelling vindt plaats na overlegging van een offerte of factuur. |
|
|
3. Het in het vorige lid genoemde bedrag heeft geen betrekking op raadpleging van deskundigen, inclusief juridische bijstand, van bestuurszijde. |
|
|
4. Wanneer het bedrag als bedoeld in lid 2 niet geheel wordt gebruikt in het kalenderjaar waarop het in de begroting was opgenomen, kan het in het daaropvolgende jaar worden besteed, met dien verstande dat wanneer het totale bedrag meer dan twee maal het jaarbedrag is geworden het overige terugvloeit in de middelen van de Vereniging. |
|
|
achterban-raadpleging |
5. Wanneer (een geleding van) een medezeggenschapsorgaan een achterbanraadpleging wenst te houden stelt het onverwijld het bevoegd gezag daarvan in kennis. Het bevoegd gezag stelt faciliteiten daarvoor ter beschikking. |
|
6. Medezeggenschapsorganen kunnen in overleg met een eventuele redactie gebruik maken van de binnen de school of scholen gebruikelijke publicatiemethoden (publicatieborden, schoolkrant, intranet). |
Artikel 12 Faciliteiten t.b.v. het personeel
|
faciliteiten personeel |
Voor het personeel dat zitting heeft in een medezeggenschapsorgaan worden faciliteiten in de vorm van uren beschikbaar gesteld, conform wat daarover is afgesproken in de CAO. |
Artikel 13 Faciliteiten t.b.v. ouders
|
1. Voor ouders die zitting hebben in een medezeggenschapsorgaan wordt een onkostenvergoeding ter beschikking gesteld om aantoonbare en noodzakelijke uitgaven te dekken. |
|
|
reis- en verblijfskosten |
2. Onder de in lid 1 bedoelde onkosten vallen in elk geval reis- en verblijfskosten, die zullen worden vergoed conform wat in de CAO voor het personeel is vastgelegd. |
Paragraaf 5 Vertegenwoordiging van het bevoegd gezag
Artikel 14 Overleg gemeenschappelijke medezeggenschapsraad
|
1. De besprekingen met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad worden namens het bevoegd gezag gevoerd door de voorzitter van het College van Bestuur. |
|
|
|
2. Bij ontstentenis van de vz CvB. zullen de besprekingen worden gevoerd door een plaatsvervanger van de vz CvB., door hem of door de Raad van Toezicht aan te wijzen. |
Artikel 15 Overleg medezeggenschapsraden
|
overleg MR met (..) |
1. De besprekingen met de medezeggenschapsraden worden namens het bevoegd gezag gevoerd door de directeur van de school. |
|
|
2. Bij ontstentenis van de directeur van de school zullen de besprekingen worden gevoerd door een plaatsvervanger van de directeur van de school, door hem of door of vanwege het bevoegd gezag aan te wijzen. |
Artikel 16 Overleg themaraad
|
overleg themaraad met (..) |
1. De besprekingen met de themaraad worden namens het bevoegd gezag gevoerd door de voorzitter van het College van Bestuur. |
|
|
2. Bij ontstentenis van de ad. zullen de besprekingen worden gevoerd door een plaatsvervanger van de vz CvB, door hem of door de Raad van Toezicht aan te wijzen. |
Artikel 17 Ontheffing
|
1. De met het overleg belaste functionaris kan het bevoegd gezag verzoeken hem geheel of gedeeltelijk te ontheffen van zijn taak om de besprekingen te voeren. Het verzoek is met redenen omkleed. |
|
|
|
2. Het bevoegd gezag verleent de ontheffing: a. indien de met het overleg belaste functionaris in redelijkheid niet geacht kan worden in het algemeen de besprekingen te voeren dan wel b. indien de met het overleg belaste functionaris in redelijkheid niet geacht kan worden de besprekingen over één of meer aangelegenheden te voeren. |
|
|
3. Het bevoegd gezag besluit zo spoedig mogelijk op het verzoek en stelt het medezeggenschapsorgaan schriftelijk in kennis van zijn besluit. De ontheffing is voor bepaalde tijd en kan alle of alleen bepaalde gevallen betreffen. Het besluit is met redenen omkleed. |
Paragraaf 6 Overige bepalingen
Artikel 19 Vaststelling en wijziging statuut
|
vaststelling en wijziging |
1. Het bevoegd gezag stelt, met inachtneming van de voorschriften bij of krachtens de wet, ten minste eenmaal in de twee jaar het medezeggenschapsstatuut vast. |
|
gekwalificeerde meerderheid |
2. Het bevoegd gezag legt het medezeggenschapsstatuut, daaronder elke wijziging ervan mede begrepen, als voorstel aan de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad voor en stelt het slechts vast indien het voorstel de instemming van twee derde van het aantal leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad heeft verworven |
Artikel 20 Citeertitel; inwerkingtreding
|
|
1. Dit statuut kan worden aangehaald als: (..). |
|
|
2. Dit statuut treedt in werking met ingang van 1 januari 2010 |
Toelichting
Onder ‘bevoegd gezag’ wordt verstaan: het College van bestuur van Spectrum Stichting voor Protestants Christelijk Onderwijs.
Bij de namen van de scholen kan men volledigheidshalve bijvoorbeeld de naam van de school invullen, de vestigingsplaats en het BRIN-nummer, :
04 OJ CBS Prins Maurits te Berkel en Rodenrijs;
05 MJ CBS Boterdorp te Bergschenhoek;
05MM CBS De Wiekslag te Bleiswijk;
07 LA CBS Prins Johan Friso te Berkel en Rodenrijs;
07XI CBS De Regenboog te Bergschenhoek;
07XM CBS De Poort te Bleiswijk;
08 VK CBS Prins Willem Alexander te Berkel en Rodenrijs;
25 KR CBS De Acker te Bergschenhoek;
28 CK CBS Prinses Máxima te Berkel en Rodenrijs.
Hier moet een keuze gemaakt worden voor de benamingen die in de eigen organisatie gangbaar zijn. De essentie is dat een directielid bevoegd is namens het bevoegd gezag onderhandelingen te voeren met een medezeggenschapsorgaan.
De formulering ‘in dienstverband dan wel anderszins’ biedt de mogelijkheid dat ook interim-directeuren kunnen onderhandelen met de raad.
Bij de personeelsleden die ten minste zes maanden te werk gesteld zijn zonder benoeming gaat het om bijvoorbeeld uitzendkrachten.
Dit lid kan vervallen wanneer er geen themaraad aan de Stichting is verbonden. Men kan er ook voor kiezen het ‘leeg’ te laten staan, zodat wanneer een themaraad in beeld komt, het een kleine moeite is het statuut in orde te maken. Dat geldt ook voor de overige artikelen over de themaraad.
Hier wordt per school of per groep van scholen aangegeven hoeveel personeelsleden, ouders of leerlingen gekozen worden. Wanneer een groep van scholen vertegenwoordigers kiest verdient het aanbeveling er voor te zorgen dat niet steeds de ene school een personeelslid kiest en de ander een ouder o.i.d. De medezeggenschapsraden van de groep scholen zullen met elkaar in overleg moeten treden welke school welke vertegenwoordigers ‘levert’.
De laatste volzin van dit artikellid wordt derhalve herhaald naar gelang het aantal scholen of groepen scholen.
Dit lid moet voor elke school worden ingevoegd. De overige leden kunnen dan worden doorgenummerd.
Het is mogelijk een zekere verfijning in te bouwen, bijvoorbeeld: tenminste x leden van het ondersteunend personeel, tenminste y leden van vestiging A etc.
Wanneer een themaraad een onderwerp betreft dat slechts voor één geleding interessant kan zijn, zullen de leden alle uit die geleding afkomstig zijn. Het is te verwachten dat de onderwerpen dan eerder uit de artikelen 23 of 24 van het reglement medezeggenschap afkomstig zijn, en derhalve ook alleen van een instemmingsbevoegdheid sprake is.
De strekking is dat voorgenomen besluiten met een vèrgaande strekking eerder worden neergelegd bij een medezeggenschapsorgaan.
Artikel 21 onder a gaat over verandering van de onderwijskundige doelstellingen van de scho(o)l(en). Artikel 21 onder h gaat over overdracht of fusie van scholen.
Artikel 21 onder b tot en met g loopt parallel met artikel 10 van de wet. De artikelen 23 en 24 lopen parallel met de artikelen 12 en 14 van de wet.
Artikel 22 loopt parallel met artikel 11 van de wet.
Bij spoedeisende gevallen moet gedacht worden aan de situatie wanneer om aanspraak te maken op een bepaalde tegemoetkoming een deadline gehaald moet worden. Het bevoegd gezag kan dit lid niet inroepen om een verwijtbaar uitstel van een verzoek om advies of instemming ongedaan te maken.
Artikel 22 onder d. van de wet bepaalt dat in het statuut wordt opgenomen ‘de wijze waarop de medezeggenschapsraad, de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, de geledingen dan wel de raden, bedoel in artikel 20, elkaar en de geledingen waaruit zij zijn gekozen informatie verstrekken over hun activiteiten’. In dit artikel zijn wat voorbeelden genoemd. Wellicht passen bij de groep scholen waar dit statuut wordt gebruikt andere methoden. Het staat ieder vrij hier iets anders in te vullen, zodat het statuut echt op de eigen situatie wordt toegesneden.
Hier kan ook een concreet bedrag worden ingevuld. Dat ligt dan vast voor de duur van het statuut.
Hier wordt uitgesloten dat het bevoegd gezag de kosten die het zelf moet maken ten behoeve van de informatievoorziening van de (G)MR of in een geschil met de (G)MR zou onttrekken aan het budget van de (G)MR.
Deze afspraak dient om te voorkomen dat er ‘stuwmeren’ ongebruikt geld voor de medezeggenschap moeten worden vastgehouden.
Het overleg met de redactie wordt meegenomen omdat de directie (die meestal in de redactie van een schoolkrant of personeelsperiodiek vertegenwoordigd is) niet verrast moet worden door onverwachte publicaties.
Artikel 13 lid 1 en artikel 14 lid 1
Hier kan men denken aan portokosten of telefoonkosten. Ook kan in deze beide artikelen een artikellid over vacatiegelden worden opgenomen. Men kan dat overwegen, wanneer ook de leden van het bevoegd gezag c.q. de raad van toezicht een regeling daarvoor kennen. Als dat niet het geval is, lijkt het moeilijk verdedigbaar leden van de medezeggenschapsorganen wel een vacatiegeld te geven. Hun verantwoordelijkheid is in tegenstelling tot die van de leden van een bestuur of raad van toezicht meer moreel van aard, en per saldo minder ‘koud’ juridisch, in die zin dat zij persoonlijk schade zouden kunnen lijden als gevolg van de beslissingen van het medezeggenschapsorgaan waarvan ze deel uitmaken.
Wanneer een ouder of leerling een functie vervult (voorzitter, secretaris) die veel werkzaamheden meebrengt kan men natuurlijk overwegen daar een vergoeding tegenover te stellen, gerelateerd bijvoorbeeld aan de maximale belastingvrije vrijwilligersvergoeding.
Hier wordt de functienaam ingevuld van de bovenschools manager/bestuurder. Wanneer er geen bovenschools manager is kan dat één van de directeuren zijn of een bestuurslid.
Wanneer er sprake is van een college van bestuur en een raad van toezicht zal het lid van het college van bestuur, dat belast is met de besprekingen deze vraag neer moeten leggen bij de raad van toezicht.